Veelgemaakte fouten bij fotografie

Bij het maken van een goede foto komt meer kijken dan wordt gedacht. Veel recreanten met een spiegelreflexcamera denken dat ze gelijk de beste fotografen zijn. Echter betekent een goede camera, niet per definitie dat je een goede foto maakt. Maar ook professionele fotografen maken nog wel eens een foutje.

Je camerafuncties niet kennen

Een goede camera is zeker een voordeel. Maar als je niet weet wat je met alle functies kan doen, verlies je een hoop opties. Zoals met de meeste apparaten wordt de handleiding gelijk weggegooid en wordt er zelfstandig uitgevogeld hoe alles werkt. Toch is het verstandig om de handleiding eens door te nemen om alle opties van je camera te ontdekken.

Het onderwerp centraal plaatsen

Door het onderwerp van je foto altijd centraal te plaatsen, maak je een foto ook sneller saai. Zorg dat je foto’s interessanter worden door het onderwerp op een andere plek te zetten. De uitdaging is daarbij ook om het onderwerp nog steeds er tussenuit te laten springen. Een regel die veel worden gebruikt zijn ‘de gulden snede’ en de ‘derdenregel’. Je foto is eigenlijk te verdelen in 9 vakken. Met deze vakken in gedachten, kan je het onderwerp van je foto beter niet in het middelste vak plaatsen, maar de foto interessanter maken door deze op een van de lijnen of andere vakken te centreren. Deze zelfde regel kan je ook toepassen als je een fotoboek gaat maken. In een online programma hiervoor, kan je vaak zelf kiezen waar je de foto plaatst. Je maakt het fotoboek veel speelser als je de foto’s volgens de derdenregel of gulde snede plaatst.

De verkeerde belichting

Belichting op een foto is erg belangrijk. Als een foto overbelicht is, of als er juist te weinig te zien is, kan dit de schoonheid van een foto zeker in de weg zitten. In sommige gevallen worden juiste expres de extremen opgezocht om een speciale expressie neer te zetten, maar voor ‘de normale foto’ wil je de beste belichting hebben. Gelukkig heb je een handig hulpmiddel op je camera zitten om te controleren of de belichting goed is; het histogram. Op je kleine beeldscherm is het niet altijd duidelijk te zien, dus zodra je een foto hebt gemaakt, kun je het histogram gebruiken om af te lezen hoe de belichting is. De grafiek gaat van donker naar licht. En hoe hoger de lijntjes links of rechts zitten, hoe meer je foto onder- of overbelicht is. Het is een hulpmiddel, maar geen richtlijn. Als je namelijk veel zwart gebruikt, zal je camera dit zien als onderbelicht en hetzelfde met wit en overbelicht. Het is een goede check, maar zelf moet je wel je eigenlijk ideeën blijven gebruiken.

Te weinig foto’s maken

Het maken van teveel foto’s bestaat niet. Het is misschien makkelijk om 1 foto te maken, even op je schermpje te kijken en te denken dat hij wel goed is. Pas als je op je computer kijkt, zullen dingen je opvallen. Maak dus genoeg foto’s met verschillende instellingen. Het is beter om achteraf dingen te wissen en je genoeg keuze hebt, dan dat er eigenlijk net geen goede foto tussen zit. Doe het selecteren van de beste foto’s ook pas achteraf. Wis niet te snel een foto op je camera zelf.

This entry was posted in Fotografie. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *